Breinbreker november-december

Breinbreker

Onze superheld loopt een rondje rond de watersportbaan (4950m) in 12 minuten. Hoewel hij hiermee de snelste man ter wereld is, heeft hij dit rondje niet per se steeds aan hetzelfde tempo gelopen: het kan zijn dat hij af en toe wat trager of sneller liep.

  1. Hoeveel tijd heeft hij maximaal nodig gehad voor zijn snelste opeenvolgende kilometer, tijdens zijn toer om de watersportbaan?
  2. Wat zal het antwoord worden als we start- en eindpunt als aaneensluitend voor de snelste kilometer mogen beschouwen? M.a.w. we identificeren het start- en eindpunt met elkaar en laten toe dat deze zich tussen de grenzen van de snelste kilometer bevinden, dus we rekenen bijvoorbeeld de eerste 200 meter na de start en de laatste 800 meters voor het eindpunt samen als één kilometer.

Mail je oplossing naar breinbreker@prime.ugent.be en maak kans op een jaarabonnement op twee wiskundetijdschriften: Pythagoras en Wiskunde & Onderwijs. Veel succes!