Breinbreker April

Breinbreker

Peter en Bert spelen een spelletje. Op een schaakbord zetten ze een aantal witte en een aantal zwarte paarden. Daarna doen ze elk om beurt een zet; Peter speelt met wit en Bert met zwart, dus Peter begint.

Op zeker ogenblik bevinden de schaakstukken zich weer precies in de beginpositie, waar een wit paard stond staat nu weer een wit paard (daarom niet hetzelfde paard) en waar een zwart paard staat, staat weer een zwart paard. Toon aan dat Peter dan aan zet moet zijn.

De oplossing vind je hier.